De Vreedzame School


De Vreedzame School heeft tot doel het verbeteren van het sociale en emotionele klimaat in de klas en op school. Een Vreedzame School is een gemeenschap, waarin iedereen (leerlingen, ouders en personeel) zich betrokken en verantwoordelijk voelt en op een positieve manier met elkaar omgaat.

Het is een school, waar leerlingen een stem hebben, waar leerlingen invloed kunnen uitoefenen op en verantwoordelijk zijn voor het klimaat in de klas en school, hun eigen leeromgeving en hun eigen ontwikkeling.
De school is bij uitstek een leerschool waarin leerlingen ervaringen kunnen opdoen door aan concrete maatschappelijke taken deel te nemen en op die manier vaardigheden te leren die passen bij een actief en betrokken democratisch burgerschap. Onderwijs is niet alleen een voorbereiding op deelname aan de samenleving, het is zelf een belangrijke vorm van samenleven. Thema’s zijn onder andere: wij horen bij elkaar, gevoelens, samen spelen en samen werken, communicatie, conflicten zelf oplossen en mediatie.

De doelen van het lesprogramma zijn

Mediatoren

Een belangrijk onderdeel van de Vreedzame school is mediatie door leeftijdsgenoten. Dit is een concrete uitwerking van het principe dat kinderen zelf verantwoordelijk zijn voor het klimaat op school. Leerlingmediatoren komen uit de bovenbouw en krijgen een mediatorentraining. Eenmaal opgeleid kunnen zij gevraagd worden te bemiddelen bij conflicten tussen leerlingen.
Onze mediatoren voor 2017-2018: Sven, Sascha, Wang, Jasmijn, Quinty, Kim en Mette

De 8 Kameleonnetjes

Daarnaast hanteren wij op school acht gedragregels: Zo zijn onze manieren. Deze regels zijn er om goed en veilig met elkaar om te gaan. Leerkrachten en leerlingen spreken elkaar aan op deze regels. De acht regels, in willekeurige volgorde, zijn:

  1. pas op je woorden;

  2. we doen ons best;

  3. handen thuis;

  4. wees zuinig en netjes ;

  5. iedereen hoort erbij;

  6. zorg voor veiligheid;

  7. eerlijk duurt het langst;

  8. laat weten waar je bent.

1. Pas op je woorden

Deze regel spreekt eigenlijk voor zich, maar het lijkt ons goed er eens met de kinderen over te praten in de groep. Misschien komen we met zijn allen nog wel voor verrassingen te staan; verbaasd over woorden die we gebruiken en die toch eigenlijk niet zo passen in wat we normaal taalgebruik noemen.

Wat hoort er allemaal bij? Misschien wel teveel om op te noemen. We denken aan bijnamen, scheldnamen, vloeken, lelijke woorden, ‘vieze’ woorden enz. Maar we denken ook aan de manier waarop je iets tegen elkaar zegt.

Wij vinden het erg belangrijk dat mensen elkaar met respect aanspreken of een gesprek voeren. Natuurlijk geldt dit niet alleen voor de kinderen, maar voor alle betrokkenen bij de Kameleon, dus ook teamleden en ouders. Wij willen niet belerend overkomen, maar attent zijn op de praktijk van alledag. De school alleen kan al een aardige stap zetten. Ondersteuning door ouders kan ervoor zorgen dat de stappen groter, steviger gezet kunnen worden. Wij zien het als een uitdaging om met de kinderen enige tijd te werken aan deze schoolregel.

2. We doen ons best

Deze regel klinkt logisch. Het is ook vaak gemakkelijk om je best te doen als het leuke dingen betreft. Als er echter iets gevraagd wordt, waarvoor je enthousiasme niet zo groot is, wordt het moeilijker. Je moet dan wel eens je motivatie uit de kast halen om zo’n ‘klusje’ te klaren. We vragen heel vaak van kinderen hun best te doen. Op school, bij het sportveld, bij hulp met klusjes in en rond het huis enzovoort. Misschien vragen we het wel zó vaak, dat de werkelijke betekenis ervan een beetje verloren gaat. Het lijkt ons daarom goed deze regel eens in de schijnwerpers te plaatsen.

In de klas kunnen we met de kinderen bespreken wat het eigenlijk betekent als je ergens je best voor doet. En is dat altijd gemakkelijk? Gaat dat altijd vanzelf? Waar kan het misgaan? Hoe kunnen we elkaar erbij helpen?

3. Handen thuis

Eigenlijk spreekt ook deze regel voor zich, maar we vinden het toch goed om er met de leerlingen eens over te praten. Het gebeurt immers regelmatig dat er iemand ‘per ongeluk’ een duw krijgt, dat er geslagen of geschopt wordt of dat leerlingen elkaar op een andere manier pijn doen. We gaan met de leerlingen aan de slag om een andere vorm te vinden waarop onenigheid ook kan worden opgelost.
Met ‘handen thuis’ bedoelen we ook van andermans spullen afblijven. Hieraan wordt uiteraard ook aandacht besteed.
Natuurlijk geldt deze regel niet alleen voor de kinderen, maar voor alle betrokkenen bij de Kameleon, dus ook teamleden en ouders. We willen toch allemaal op een prettige manier met elkaar omgaan!

4.  Wees zuinig en netjes

Het lijkt een regel die zo logisch is. Maar in ons achterhoofd weten wij ook wel dat het soms erg moeilijk is om altijd zuinig en netjes te zijn op van alles en nog wat. Wat hoort er allemaal bij?
- materialen op school, bijvoorbeeld boeken en schriften, potloden en puntenslijpers, het meubilair, (speel)materialen, enz.
- kleding, van jezelf en van de ander
- fietsen die gestald staan op het plein
- de omgeving met inrichtingselementen: brievenbussen, bomen, struiken, bushokjes, enz.

Kortom: alle spullen van jezelf en die van anderen.
Maar ook: zuinig met energie, water, het milieu, enz.

5. Iedereen hoort erbij

En wie wil dat niet?
Wat voelt erger dan buitengesloten worden?
Daar willen wij graag eens met de kinderen over praten in de groep.
In de Nederlandse grondwet staat dat je niet mag discrimineren. Dat klinkt wel heel groot en daarom misschien ook wel een beetje ‘ver van je bed’. Met wat goede wil kunnen we die wet wat dichterbij halen; bijvoorbeeld door de vertaling naar ‘iedereen hoort erbij’. Dan kunnen wij het er met de kinderen over hebben hoe je kunt vragen of je mee mag doen of hoe je dat kunt laten merken. En omgekeerd: hoe je er attent op kunt zijn dat een ander ook graag meedoet. Dat een andere huidskleur of kleren van een ander merk er niet toe doen. Dat het niet uitmaakt of je een jongen of een meisje bent. Dat het geen rol mag spelen of je nu heel slim bent of misschien wat minder goed kunt leren.

Iedereen hoort erbij. Natuurlijk in de groep, maar ook in het grotere verband van de school en daarbuiten bij de sportclub. Het voelt goed om je welkom te weten; te merken dat je er mag zijn. Dat werkt mee om een positief zelfbeeld te ontwikkelen, waarmee je steeds verder de grotere wereld in kunt stappen.

Een mooie gelegenheid om met de kinderen te praten. Een uitdaging om niemand buiten te sluiten. En natuurlijk hopen wij dat u thuis weer met ons meedoet.

6. Zorg voor veiligheid

Veiligheid heeft alles te maken met de wereld om ons heen. Deze wereld is vol met allerlei mensen, dieren en dingen. Kinderen moeten daarin hun weg zoeken en dat is heus niet altijd even gemakkelijk. Wat zou het heerlijk zijn als onze kinderen frank en vrij de wereld zouden kunnen ontdekken, zonder zich geremd te hoeven voelen door wat of wie dan ook. Natuurlijk moeten kinderen de mogelijkheid hebben hun grenzen op te zoeken; in een boom klimmen brengt immers ook het risico met zich mee dat je eruit valt en over een sloot springen kan natuurlijk ook natte voeten opleveren. Er zijn echter ook veel minder onschuldige zaken die een vrije ontdekkingstocht door de wereld bedreigen. We denken aan het verkeer, aan onveilige situaties die ontstaan door vandalisme, aan zinloos geweld, aan onveilige speelgelegenheden, aan bedreigingen door anderen, aan schelden, aan pesten, aan ……………Hoeveel langer kunnen we deze lijst nog maken?
 
Ook thuis is een basis van waaruit kinderen hun ontdekkingstocht maken. Reden genoeg om met kinderen te praten over de gevaren die er zijn. Hoe vaak gaan de kinderen niet de deur uit met goede raad die we ze mee willen geven. Een rugzak vol.
 

We willen ook graag dat we elkaar kunnen aanspreken op verantwoordelijkheden die wij naar elkaar toe hebben. Als we berichten die via allerlei media naar ons toekomen in gedachte nemen, zullen we daar vast en zeker wel eens angstig of op zijn minst bezorgd door kunnen worden. Maar mensen die het voorrecht hebben in de wereld van kinderen te mogen bewegen, kunnen de moed toch niet verliezen. Er ligt een mooie taak voor ons. Samen moeten en kunnen wij ervoor zorgen dat de wereld om ons heen een zoveel mogelijk veilige wereld is, waarin het plezierig is om te leven, te bewegen, te spelen en te werken.

7. Eerlijk duurt het langst

Hoe logisch klinkt dat?
Maar is het ook altijd zo vanzelfsprekend?
Laten we wel zijn: het is heus niet altijd gemakkelijk om eerlijk te zijn en te blijven. Je moet daar soms echt wel je best voor doen. Met de leerlingen wordt hierover in de groep van gedachten gewisseld.
Het wordt bijvoorbeeld best moeilijk als de waarheid gevraagd wordt en je hebt het gevoel dat je moet gaan klikken als je gaat vertellen wat er werkelijk gebeurd is. Wanneer is er sprake van klikken en wanneer niet? En kent iedereen niet de mededeling: ‘Als je eerlijk bent word ik niet boos.’ Wat kun je daarmee als leerling, als daarmee een mogelijk gevoel van verraad naar je vriendje of vriendinnetje naar boven komt? En hoe zit het met het bekende leugentje om bestwil?
 
Stof genoeg om met de leerlingen over te praten. Waarschijnlijk genoeg mogelijkheden om elkaar te wijzen op momenten waar het heel goed ging of waar het misschien beter had gekund. Natuurlijk willen we allemaal heel graag, dat we mogen rekenen op de eerlijkheid van alle mensen waarmee we omgaan. Het is ook de moeite waard om daar van uit te gaan, maar we kennen allemaal vast wel de hobbels die we tegen komen op het pad van de eerlijkheid.
 
We zien er weer een uitdaging in om met dit onderwerp aan het werk te gaan. En ook deze keer zullen de kinderen misschien weer met verhalen of vragen thuis komen. Wij hopen dat zij daar dan ook een luisterend oor vinden.

8. Laat weten waar je bent

‘Laat weten waar je bent’, is dat teveel gevraagd? Wij denken van niet. Als je onderdeel uitmaakt van een groep is het logisch dat jouw afwezigheid opvalt en dat je gemist wordt als er niet bent. Anderen moeten of mogen best weten waar je bent.
Op school begint dat al bij een ziekmelding die aan het begin van de dag gedaan wordt, zodat de juf of meester weet waarom een kind er die dag niet zal zijn. Hetzelfde geldt voor afwezigheid door een bijzonder verlof. Je blijft niet zomaar weg…..; dat werkt alleen maar ongerustheid in de hand.
Thuis zal dat niet anders zijn. Ouders vinden het vaak prima dat hun kind ergens gaat spelen, als zij maar weten waar.
Een regel waar over het algemeen goed mee wordt omgegaan. Toch lijkt het ons goed er eens bij stil te staan met de kinderen. Misschien kunnen zij voorbeelden aandragen van momenten waarop het niet goed ging en wat de gevolgen waren (niet meteen aan de straf denkend, maar meer aan de ongerustheid).

Leerling-participatie

Binnen het programma van de Vreedzame School is leerling-participatie een belangrijk onderdeel. Dit jaar zullen we de leerlingen structureel de mogelijkheid bieden om te participeren binnen de school.
We zijn al gestart in de bovenbouw met "commissies" voor het gebruik van de gangen en de studiekamer en voor het gebruik van spelmateriaal op het schoolplein.Leerling-participatie is gericht op vergroting van de actieve verantwoordelijkheid van leerlingen in de klas en in de school. We reiken verschillende vormen aan om hen bij allerlei activiteiten en onderwerpen te betrekken en meer taken en verantwoordelijkheden in de klas en in de school te geven. Hierbij valt te denken aan:

Voor meer informatie over de methode De Vreedzame School kunt u terecht op hun website.