Taakgericht - en zelfstandig werken


Taakspel

Taakspel is een bewezen (en door het ministerie goed gekeurde) groepsaanpak waarbij  leerlingen  leren zich aan klassenregels te houden door middel van een spel. Het taakgerichte gedrag van leerlingen neemt hierdoor toe en onrustig en storend gedrag af. De leerkracht let vooral op gewenst gedrag en deelt complimenten uit.

Leerlingen spelen Taakspel in teams tijdens de reguliere lessen of activiteiten. De leerkracht en leerlingen bedenken welke klassenregels er tijdens Taakspel gelden. De leerlingen stimuleren elkaar om zich aan de regels te houden. Daarmee komen ze in aanmerking voor een beloning, zoals extra buiten spelen of een leuk spel doen. De leerkracht deelt tijdens het spelen van Taakspel alleen complimenten uit en negeert negatief gedrag. 

Taakspel heeft als resultaat:

Op onze school is sinds schooljaar 2010-2011 Taakspel stapsgewijs ingevoerd. Nu spelen we Taakspel schoolbreed in alle groepen. Alle leerkrachten zijn geschoold 'taakspel spelers'. Onze intern begeleiders zijn gecertificeerd taakspel trainers. Dit betekent dat we via deze taakgerichte aanpak planmatig en structureel met leerlingen werken aan de boven beschreven doelen.  De positieve benadering van leerlingen, het spelelement, de duidelijkheid van verwachtingen en de beloning die samen gekozen wordt met leerkracht en leerlingen dragen allemaal bij aan de meerwaarde die wij als school ervaren over deze positieve groepsaanpak.

Zelfstandig werken

Vanaf groep 1 leren kinderen een eigen oplossing vinden voor vragen/problemen. Het leren zelf kiezen, en (op hun manier) verantwoordelijk te zijn voor die keuze zijn kernwaarden die wij onze leerlingen willen meegeven. Dit wordt gedurende hun gehele schoolperiode toegepast.

Onderbouw: kiestaken
Na een lesinstructie krijgt een leerling de verwerkingsopdracht. Als hij/zij die opdracht af heeft gekregen mag de leerling zelf een vervolgopdracht kiezen van het kiesbord. De activiteiten die op het kiesbord worden aangeboden sluiten aan bij de lesdoelen waaraan gewerkt wordt binnen de groep. Indien herhaling noodzakelijk is, kunnen er ook activiteiten worden aangeboden uit een eerdere periode. De leerkracht bepaalt het aanbod van de activiteiten en stuurt de leerlingen bij het kiezen van een activiteit. Leerlingen leren hoe zij een activiteit kunnen kiezen.

In alle groepen 1 t/m 4 wordt dus gebruik gemaakt van een kiesbord.

Het doel van de kiestaak in de onderbouw is dat: Bij de kiestaak wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van materiaal waarmee de leerling zoveel mogelijk zelf kan controleren of hij/zij de opdracht goed heeft gedaan.
De leerkracht kijkt de kiestaak selectief na om overzicht te houden welke doelen een leerling heeft behaald.
De kiestaak hoeft niet af te zijn. Dit in tegenstelling tot de verwerkingsopdracht die bij een les hoort, die moet uiteraard wel af zijn en wordt (meestal) door de leerkracht nagekeken. In sommige gevallen doen leerlingen dit ook zelf.
Tijdens het werken met de kiestaak observeert de leerkracht of een leerling een goede werk- en taakhouding heeft.

In het tweede half jaar van groep 4 zal de overgang van kiestaak naar weektaak voor de leerlingen worden opgebouwd.

Bovenbouw: weektaken
De leerlingen krijgen aan het begin van de week een weekplan. Op dat weekplan staan dagtaken (die onder begeleiding van de leerkracht gemaakt worden) en weektaken (die verspreid over de week gemaakt kunnen worden). Door het weekplan krijgen de leerlingen een goed inzicht in wat er van hen wordt verwacht in een week en leren ze overzicht te houden over hun werk.

De leerkrachten werken met het IGDI model, een lesmodel om kwalitatief goed les te geven. Na een instructie (begeleide inoefening) volgen opdrachten die daarbij aansluiten (verwerking). Als een leerling daarmee klaar is, kan hij/zij kijken op het weekplan om te zien aan welke taken zelfstandig kan worden gewerkt.
Daarnaast zullen er gedurende de week momenten zijn dat leerlingen zelfstandig kunnen werken aan hun dag- en weektaken.

In de bovenbouwgroepen worden wel duidelijke afspraken gemaakt over de hoeveelheid werk die aan het eind van de week af moet zijn.