Palmpasen

De zondag voor Pasen noemen we Palmzondag, of Palmpasen. Zoals de Advent de periode is van de voorbereiding op Kerstmis, is Palmzondag het begin van de voorbereiding op Pasen. We noemen deze periode de Goede Week.

Op Palmzondag wordt de feestelijke intocht van Jezus in Jeruzalem herdacht. Jezus reed op een ezel door de stad. Er waren  vele pelgrims in de stad, Pesach (het joodse feest van de ongezuurde broden, ook wel joods Pasen genoemd) . Zij verwelkomden hem met palmtakken toe te wuiven. Ook legden velen hun mantels op de weg, als een soort rode loper waar Jezus over kon gaan. De mensen juichten en riepen “Hosanna” omdat ze dachten dat Jezus hun nieuwe koning zou worden. 
Heel vroeger, voordat het Christendom ons land had bereikt, vierde men het begin van de lente. Het was toen al een gebruik om een soort palmpasenstokken te maken. Waarschijnlijk heeft de versiering van de palmpasenstok eerst te maken gehad met deze lenteviering: Het broodhaantje was het symbool van de overwinning van de zon op de duisternis (als het licht wordt kraait de haan!). De kleuren geel en groen staan voor het begin van het nieuwe leven, net zoals de snoep-eitjes die vaak in een ketting aan de palmpasenstok hangen.
 
Toen de mensen hier in Nederland Christen werden, werd de palmpasenstok omgedoopt tot de drager van symbolen voor wat er in de Goede Week gebeurde.
De vorm van de stok, het kruis, staat natuurlijk voor het kruis waaraan Jezus is gestorven.
Het broodhaantje dat verwijst naar een bijbelverhaal: Als Jezus gevangen wordt genomen zegt Petrus (één van de apostelen) drie keer dat hij niet bij Jezus hoort, als mensen hem herkennen als één van zijn vrienden. Jezus had al voorspeld dat Petrus dat zou doen “voordat de haan kraait”.
Takjes groen symboliseren de palmtakken waarmee Jezus werd toegezwaaid tijdens zijn intocht in Jeruzalem. Omdat palmtakken in ons land nogal zeldzaam zijn worden hiervoor meestal buxustakjes gebruikt.

Zelf een palmpasenstok maken

Een palmpasenstok, ook wel palmpasenkruis, bestaat uit twee stokken in de vorm van een kruis.

Neem twee houten latten of stokken. Eén stok van ongeveer 50 centimeter en eentje van ongeveer 30 centimeter lang. Afhankelijk van de grootte van het kind, kan de stok natuurlijk groter of kleiner worden gemaakt (bijvoorbeeld in de verhouding 60 centimeter en 40 centimeter, etc).

De langste lat (hoofdlat) ga je verticaal gebruiken, de kortste lat horizontaal. Met de kortste lat vorm je dus een kruis op de hoofdlat, door de korte lat ongeveer 2/3 van de onderkant, op de grote lat te bevestigen. Spijker of schroef de latten aan elkaar vast in de vorm van een kruis of bind de latten met touw stevig aan elkaar. 
Sla tenslotte bovenop de top van het kruis in het midden een lange spijker, waarop later het broodhaantje kan worden geprikt over de bovenkant -de kop- van de spijker heen.